Gedragsproblemen

header-gedrag

Alle kinderen en jongeren vertonen wel eens probleemgedrag. Bijvoorbeeld als er iets in hun omgeving verandert (andere eisen vanuit de omgeving, een verhuizing, andere vriendengroep, spanningen met anderen of na een nare ervaring) of als er binnen het kind of de jongere dingen veranderen (hormonen, andere behoeften). Vaak gaat dat probleemgedrag na verloop van tijd weer over; het kind en de omgeving komen weer in evenwicht met elkaar.

Het kan echter ook dat het probleemgedrag blijft. Misschien omdat onduidelijk is waardoor het wordt veroorzaakt, of omdat de situatie moeilijk te veranderen of terug te draaien is. Bijvoorbeeld na een scheiding of een traumatische ervaring, of bij aanhoudende pestervaringen of (faal-)angst.

Wanneer de oorzaak van het probleemgedrag niet duidelijk is, kan onderzoek meer duidelijkheid geven. Afhankelijk van het soort gedrag en aanwijzingen vanuit de (vroege) ontwikkeling kan de benodigde breedte van het onderzoek worden bepaald. Vaak zijn vragenlijsten voor ouders en leerkrachten hierbij helpend. Gedrag kan namelijk sterk verschillen per leefgebied, omdat elke nieuwe situatie andere eisen stelt.

Wanneer de gedragingen dermate ernstig zijn dat een kind er door wordt belemmerd in zijn ontwikkeling, is contact met de huisarts aanbevolen. Wanneer de huisarts overeenkomsten ziet tussen het gedrag en een zogeheten ‘DSM classificatie’ (een diagnose) mag hij/zij een verwijzing afgeven voor vergoed onderzoek of behandeling. Dit betekent overigens niet dat een diagnose gesteld zal worden. Het geeft richting, maar pas nadat onderzoek is gedaan kan gezegd worden of een diagnose (bijvoorbeeld ADHD of een Angststoornis) ook echt van toepassing is.

In alle gevallen kan probleemgedrag gezien worden als een roep om hulp, waarvan het belangrijk is die te horen. Hoe sneller duidelijkheid is over de oorzaken, hoe eerder (en makkelijker) het gedrag kan worden bijgestuurd.

 

Breed onderzoek                                      Begeleiding